Verzorging

Algemene informatie

Teddy Dwergen zijn vrolijk van karakter, actief en houden van knuffelen.
De Teddy Dwerg is in Nederland als ras niet erkend.

Ik probeer de richtlijnen te volgen van de duitse Teddykaninchen-club. Het gewicht van de Teddy Dwerg ligt tussen de 800 gram en 1700 gram.
Het ideale gewicht van de Teddy Dwerg voedster is ongeveer tussen de 1200 en 1350 gram. Bij een Teddy Dwerg ram ligt dit ongeveer tussen de 1000 en 1350 gram.
Dit is een richtlijn want net als bij mensen kan het gewicht verschillen.

De oren van de Teddy Dwerg moeten rechtop staan en tussen de 5 tot 6,3 cm lang zijn.
De Teddy Dwerg heeft lang haar wat tussen 4 tot 8 cm lang kan zijn.
Er is dus wel verzorging nodig aan hun vacht! Het is dus ook van belang dat daar veel tijd aan word besteed. Kammen moet 2 maal per week gebeuren, dit om klitten te voorkomen. Eventueel kun je de klitten er uit knippen. Als je het goed bijhoudt dan zal de vacht er mooi uitzien, en geef je klitten ook weinig kans. Ook op, onder en tussen de pootjes zal het haar gekamt moeten worden.
De vacht hoeft niet geknipt te worden. Ik knip alleen als het heel warm is een stukje van de vacht.
Als je konijn veel op een zachte ondergrond leeft, zullen zijn nagels geregeld geknipt moeten worden. Dit kun je zelf doen met een speciale nagelschaar. Bij licht gekleurde nagels kun je goed zien tot hoever er 'leven' in de nagel zit. Als je dit eng vind, kun je er beter niet aan beginnen en dit aan een dierensarts overlaten.

Gedrag

Teddy Dwergen hebben een lief en nieuwsgierig karakter.
Vele eigenaardigheden in het gedrag van tamme konijnen kunnen verklaard worden door de psychologie van de wilde soortgenoten. Een wild konijn leeft in groepen (kolonies), met een duidelijke rangorde zowel onder de rammen als onder de voedsters.
De rammen hebben elk een vast wijfje; deze die bovenaan in de hiërarchie staan hebben daarnaast dikwijls nog een maîtresse.
De gangen worden gegraven door drachtige wijfjes, om er hun nest te bouwen. Dit verklaart negatieve ervaringen met koloniekweek (één ram voor een tiental voedsters): ten eerste zullen de wijfjes die moeten werpen vechten voor dezelfde nestgelegenheid, en ten tweede kiest de ram zich enkele voedsters en wordt de rest niet gedekt.

Zindelijkheid: gewoonlijk is een konijn zeer zindelijk en deponeert zijn keuteltjes en urine steeds op dezelfde plaats. Volwassen rammen echter markeren hun territorium door op bepaalde punten met de kin tegenaan te wrijven (onderaan de kin zitten kliertjes die een geurende stof afscheiden) en door het verspreid deponeren van sterk ruikende keuteltjes. Ook voedsters sproeien om hun territorium af te bakenen.

Graven van gangen: dit kan hinderlijk zijn bij konijnen die vrij rondlopen in de tuin. Om ontsnappen te voorkomen kan de tuin begrensd worden door betonplaten of dichte traliedraad tot 30 cm onder de grond. Alleen wijfjes graven echte diepe gangen.

Het tam maken gaat vlot, bij sommige rassen lukt het echter beter dan bij anderen en er zijn ook grote individuele verschillen. Teddy dwergen en Teddy widders zijn konijnen die makkelijk tam te maken zijn. Ze zijn erg op mensen gericht. De konijnen die bij mij in huis rondlopen maar buiten wonen, zijn in huis zindelijk! Ze doen hun behoefte in een plastic bak.

Samen of alleen?
Twee konijnen samen in één kooi kunnen wel problemen geven! De gevechten kunnen leiden tot mutilatie, vooral aan kop en oren, en ook tot castratie (mannelijke dieren onderling of vrouwelijke bij mannelijke). Preventieve castratie van de mannetjes sluit niet uit dat het toch tot gevechten kan komen. Sommige rassen, voornamelijk de Witte Nieuw Zeelander, zijn veel minder agressief tegen soortgenoten dan andere rassen.
Wil je echt 2 konijnen in hetzelfde hok gaan samenhouden dan kan je het beste 2 jonge voedsters nemen. Uit hetzelfde nest of niet speelt geen rol zolang ze maar op hetzelfde ogenblik samen in een volledig vreemd hok worden gezet. Of het ook na het bereiken van de volwassenheid goed zal blijven gaan, valt niet met 100% zekerheid te zeggen. Dat hangt af van het individuele temperament van de dieren.
Je kunt ervan uitgaan dat 2 rammen op dezelfde manier samenbrengen in de meeste gevallen in een drama zal eindigen. Het gebeurt dat 2 rammen, die nooit de nabijheid van een voedster gevoeld of geroken hebben, hun leven samen delen zonder vechten, maar het is veel veiliger hier niet op te hopen. Twee rammen zullen vroeg of laat beginnen te vechten waarbij de zwakste zelfs kan sterven. Zelfs na castratie blijft het mogelijk dat 2 rammen in het zelfde hok zullen vechten.
Een andere mogelijkheid is het samenhouden van een voedster met een gecastreerde ram. En dan moet de voedster in het hok van de ram wordt gebracht en niet omgekeerd. Dit is uiteindelijk de combinatie die waarschijnlijk de meeste kans van slagen heeft.

Oppakken: Het is heel belangrijk dat het konijn rustig wordt benaderd en opgepakt. Bij het oppakken moeten de achterpoten ondersteund worden. Dit is zo belangrijk omdat konijnen bij schrikken of spartelen, door hun zeer krachtige rugspieren, hun rug kunnen breken of kneuzen!
Je kunt het beste beginnen met de dieren te aaien over de kop. Vermijd je handen aan te bieden aan het konijn zoals je zou doen bij een hond of kat omdat dit een aanval kan uitlokken.
Een handtam konijn kan opgetild worden door de rechterhand te plaatsen langs de rechterzijde van het dier, en vervolgens de rechterhand te plaatsen onder de borst van het dier. Dan kun je met de linkerhand de achterhand ondersteunen wanneer je het dier gaat optillen. Denk eraan je konijn altijd dicht tegen het lichaam te houden, dat geeft een veilig gevoel.

Beweging: Konijnen hebben veel beweging nodig. De meeste konijnen worden in een te klein hok gehouden en kunnen vervolgens te dik worden. Ik raad iedereen aan om een een hok aan te schaffen, wat groter is dan je eigenlijk denkt dat nodig is. Tegenwoordig zijn er hokken te koop met een ren er onder. Ook kun je konijnen in huis los laten lopen. Je kunt ze zindelijk maken, door bijvoorbeeld vanaf het begin een kattenbak aan te bieden. Of ze doen hun behoefte in het binnenhok. Iets minder konijn-vriendelijk vind ik de konijnentuigjes. Ik raad aan om ten alle tijde je kind in de gaten te houden als ze met een konijn in een tuigje buiten is.

Alarmsignalen: Wanneer er gevaar dreigt zal een wild konijn zijn soortgenoten waarschuwen door hard met de achterpoten op de grond te slaan.
Hetzelfde doet zich voor in konijnenstallen, wanneer er een vreemde persoon binnenkomt bijvoorbeeld; het ene konijn na het andere slaat alarm.
Een konijn in doodsangst schreeuwt, wat een door merg en been dringend geluid voortbrengt. Als reactie daarop houden alle konijnen die dit gegil horen zich muisstil.
Ook konijnen in ademnood kunnen schreeuwen op dezelfde manier.

Lichaamstaal

Ziek

Er zijn 2 virusziekten die vaker voorkomen:

  • Myxomatose: Dit virus kan door stekende insecten worden overgebracht. Soms blijven de verschijnselen beperkt tot wat gestuwde oogleden en oren, waarbij evt. ook een abortus kan optreden. Bij het klassieke beeld ontstaan er verdikkingen en pseudo-tumoren (de myxomen) op de kop. Dan zwelt de kop in zijn geheel op. Ook de regio rond de anus en genitalion kan aangetast raken. Vaak worden de processen geïnfecteerd door bacteriën. De ziekte heeft een dodelijk verloop. Vaccinatie start op 3-4 maanden leeftijd en moet elke 6 maanden worden herhaald.
  • VHD (Viral Hemorrhagic Disease): Het virus komt veel voor bij wilde konijnen. Veelal kent deze ziekte een snel verloop en sterven de konijnen zonder dat verschijnselen opvallen. Bij een trager verloop zien we bloederige neusuitvloeiing en ademhalingsproblemen. Er is geen behandeling mogelijk. Genezen dieren hebben een immuniteit gedurende 6 maanden. Vaccinatie geschiedt elke 6 maanden, dieren onder de 12 weken moeten na 3 weken herhaald gevaccineerd worden.

  • Parasieten: In de darmen of galgangen komen nog wel eens coccidion voor. Verschijnselen variëren van vermageren en/of diarree tot plotse sterfte. De diagnose wordt gesteld door mest te onderzoeken op de o"cysten (soort eieren). Behandeling geschiedt door het toedienen van Sulfa-preparaten.
    Preventie: goede hygiëne, zorg dat het hok droog blijft.
  • Soms wordt de lever aangetast door migrerende larven van de hondenlintworm (Cysticercose). Dit komt vooral voor als ze gevoerd worden met gras van plaatsen waar honden worden uitgelaten. Er is geen behandeling mogelijk.
  • Schurftmijt kan bij het konijn in de huid en in de oren voorkomen. Verschijnselen: korsten, die gepaard gaan met jeuk. In de oren vaak nattig. Behandelen kan door wassen of injecties met Ivermectine, de oren worden meestal locaal met zalf behandeld. Ook de omgeving moet goed gereinigd worden.
  • Vlooien en luizen kunnen ook veel jeuk geven, ze worden bestreden door de konijnen te wassen met Pulvex shampoo.
  • Besmettelijke snot: Besmettelijke snot (pasteurella multocida) komt veel voor bij konijnen. Veel konijnen hebben deze bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Door stress of andere ziekten kan deze bacterie echter ziekte geven. Verschijnselen variëren van snot (eerst waterig, later pussig met korsten) uit de neus tot longontsteking. Ook kunnen er bij deze ziekte voortplantingsstoornissen voorkomen. Behandeling; als op tijd een behandeling met antibiotica wordt ingesteld is het konijn goed te helpen. Helaas is de ziekte vaak al snel te ver voortgescheden en overlijdt het konijn aan de longontsteking.
  • Maag overlading/haarballen: Door opname van teveel voedsel ineens kan de maag overladen. Bij verveling of bij gebrek aan voldoende ruwvoer (hooi) kan het (overmatig) opgelikte haar in de maag oprollen tot haarballen. Beide problemen kunnen in lichte gevallen met laxeermiddelen opgelost worden. In zwaardere gevallen is er vaak chirurgie nodig.
  • Diarree: Diarree komt niet zo vaak voor bij individueel gehouden konijnen. Wel hebben ze nogal eens een wat plakkerige ontlasting. Diverse bacteriën kunnen deze problemen veroorzaken. Een korte kuur antibiotica, gecombineerd met het toevoegen van lactobacillen (Biogarde bv), lost deze problemen vaak op.

    Doorgroeiende tanden en/of kiezen: Konijnen hebben tanden en kiezen die altijd doorgroeien en op lengte blijven doordat ze tegen elkaar afslijten. Helaas verloopt dit slijtingsproces niet altijd goed. Meestal betreft het dan de snijtanden, doordat het konijn een 'centenbakkie' heeft. De beste oplossing is het bijslijpen van deze lange tanden. Aangezien dit meestal onder narcose moet gebeuren, worden ze meestal geknipt. Ook de kiezen kunnen niet goed op elkaar 'afgesteld' staan. Hierdoor ontstaan haken aan de zijkanten. Deze haken zorgen ervoor dat het konijn niet goed meer kan kauwen en geven schade aan wangen en tong. De behandeling hiervoor is alleen mogelijk onder narcose: de haken worden bijgeslepen en vaak krijgt het konijn een korte kuur antibiotica voor de wondjes mee. Dit zijn helaas altijd tijdelijke oplossingen, de foute bouw is helaas niet te corrigeren. Als je geen ervaring hebt in het knippen van tanden (of nagels), dien je een fokker of dierenarts te vragen dit karweitje voor je te doen. Ga er dan nooit zelf aan knippen!
    Een dierenarts kan ook de tanden en kiezen onder narcose trekken. Als dit goed gebeurd groeien ze niet terug. Mijn ervaring is dat er hier geen dierenartsen in debuurt zijn die de tanden willen trekken. Konijnen kunnen zich goed redden zonder de tanden. Al is het onder narcose brengen van konijnen wel een risico. Een verkeerde stand van de tanden is erfelijk! Een konijn met zo'n gebit is niet geschikt voor de fok omdat deze het door geeft aan de jongen. Deze erfelijke eigenschap hoeft echter niet zichtbaar te zijn. Stel dat beide ouder dieren (onzichtbaar) drager zijn van dit gen, geven ze dit door aan de jongen die wel zichtbaar een 'centenbakkie' kunnen krijgen. Deze dieren moeten uitgesloten worden voor de fok.

    Verwondingen moet je altijd goed schoon te maken met een licht desinfectie middel en men kan ze daarna met een antiseptisch poeder bestuiven. Bij ernstige verwondingen ga je uiteraard direct naar de dierenarts.


    Copyright © 2006-2009 Flevo-Teddy's